Articles

Eindtermen CSI: in de klas

Welke eindtermen bereik ik?

We geven een aantal voorbeelden, maar gaan uiteindelijk nog veel ruimer:


We bekijken de impact van een crash op de plaatsing en vervorming van een auto.

1e graad – eindterm 10 – interactie: in concrete voorbeelden aantonen dat er verschillende soorten krachten kunnen voorkomen tussen voorwerpen en dat een kracht de vorm of de snelheid van een voorwerp kan veranderen


We onderzoeken we verschillende stoffen die aangetroffen werden op de plaats van de misdaad.

1e graad – eindterm 17 – materie: de massa en het volume van materie bepalen
1e graad – eindterm 11 – interactie: waarneembare stofomzettingen met concrete voorbeelden uit de niet levende natuur illustreren
1e graad – eindterm 14 – interactie: waarneembare fysische veranderingen van een stof in verband brengen met temperatuursveranderingen


Wat geven bloedspatten en voetafdrukken, gevonden op de plaats van de misdaad, prijs over de misdadiger?

1e graad – eindterm 21 – Wetenschappelijke vaardigheden: onder begeleiding, bij een onderzoeksvraag gegevens verzamelen en volgens een voorgeschreven werkwijze een experiment, een meting of een terreinwaarneming uitvoeren
1e graad – eindterm 23 – Wetenschappelijke vaardigheden: onder begeleiding, verzamelde en beschikbare data hanteren, om te classificeren of om te determineren of om een besluit te formuleren
1e graad – eindterm 24 – Wetenschappelijke vaardigheden: onder begeleiding resultaten uit een experiment, een meting of een terreinstudie weer­geven. Dit kan gebeuren in woorden, in tabel of grafiek, door aan te duiden op een figuur of door te schetsen. De leerlingen gebruiken daarbij de correcte namen en symbolen
1e graad – eindterm 25 – Wetenschappelijke vaardigheden: van de grootheden massa, lengte, oppervlakte, volume, temperatuur, tijd, druk, snelheid, kracht en energie de eenheden en hun symbolen in contexten en opdrachten toepassen


Welk soort inkt werd er gebruikt en wat kan ons die informatie vertellen?

2e graad – eindterm 2 – Wetenschappelijke vaardigheden: gaan vaardig om met nauwkeurigheid van meetwaarden en gebruiken wetenschappelijke terminologie, symbolen en SI-eenheden correct


Welk soort brandversneller werd gebruikt en waarom?

2e graad – eindterm 3 – Wetenschappelijke vaardigheden: kunnen productetiketten interpreteren en veilig en verantwoord omgaan met stoffen